Zuid-Afrika 2010

Onze reis begint op 3 april, op die zaterdagmiddag vertrekken we met de wagen naar Amsterdam. We hebben 6 grote koffers bij en 6 stuks handbagage. "We" zijn Bart en ik, de kinderen Dylan, Troy en Laura en mijn moeder. Op Schiphol aangekomen laten we ons door de supervriendelijke mensen van 123parking begeleiden, zij zullen onze wagen 2 weken stallen en bewaken, en ons naar en van de vlieghaven brengen. Het hotel dat we voor één nacht geboekt hebben ligt bijna op het tarmac van Schiphol. Het CitizenM heeft rijen kleine kamertjes, het dubbele bed past net tussen de twee muren (maar het is wel het grootste bed waar ik ooit in een hotel in heb geslapen) en de ruimte is optimaal benut. Toilet en douche worden afgeschermd door ronde wanden die dichtschuiven.

Een dag later ontbijten we vroeg in de trendy benedenruimte van het hotel en vertrekken we tijdig naar de vertrekhal (een paar honderd meter verder) om in te checken. We komen toevallig een kennis tegen die gisteren had moeten vliegen, maar zijn trein had vertraging en hij miste zijn vlucht. Wij zijn blij dat we hier hebben overnacht.
Onze bagage gaat net niet boven de toegestane 20 kilos per stuk uit, we hebben een volledige koffer bij met speelgoed voor een Afrikaans weeshuis en moesten de rest dus een beetje verdelen.

We vliegen KLM en stijgen op rond 9 u om na 11 u vliegen in Kaapstad te landen. Daar is het ondertussen donker, maar wel nog aangenaam warm als op een zwoele zomeravond in België. Onze gids, die we via internet boekten, staat ons op te wachten. Rushdi Harper heeft een éénmansbedrijfje, Wow Cape Town Tours. Hij zal ons alle bezienswaardigheden tonen en zal ook taxidiensten aanbieden tussendoor. We hebben een hotel gereserveerd in het centrum van Kaapstad, het Holiday Inn Express (wat veel goedkoper is dan een hotel aan de "dijk" van Kaapstad)

 

 

De volgende ochtend wandelen we eerst wat rond op het marktje
achter de hoek van ons verblijf, en in de omliggende straten. We
kunnen alvast wat acclimatiseren, het zonnetje schijnt redelijk hard
en de kids moeten leren dicht bij ons te blijven. We houden ook onze
rugzakken en moneybelts dichtbij en in de gaten. Na een tijdje volgt
er ons al meteen een meisje dat er gedrogeerd uitziet, we kunnen
haar pas afschudden wanneer we terug in het hotel aankomen en de
bewaking op haar afsturen. Later leren we van onze gids dat dit een
goede zet was, dit soort mensen houdt je in de gaten tot ze je kunnen
bestelen. Vanaf dan gaan we niet meer te voet op stap vanuit het
hotel, maar per taxi of met het busje van Rushdi.

Boven: heel veel mensen zijn katholiek in Zuid-Afrika, maar ook een
groot deel is Moslim, omdat honderden jaren geleden de blanken hun
slaven uit Noord-Afrika haalden. Ook uit Indonesië zijn zo andere
godsdiensten en rassen in de mengelmoes terechtgekomen.

Links: overal zie je zelfgemaakte mandjes en andere siervoorwerpen
die in mekaar geknutseld zijn met ijzerdraad en pareltjes.

 

 

 

De architectuur is hier heel veelzijdig: veel gebouwen hebben een
Nederlandse look, kerkjes zien er vaak Duits uit. Heel veel huizen
hebben een erg zuidelijke staten (van Noord-Amerika) uitziende
porch of balkon.
Oud en modern staat door mekaar, en ook de lokale cultuur
probeert zich te manifesteren.

Boven en onder: een wandeling langs de dijk en haven,
The Waterfront

 

 

Aan The Waterfront vind je de meest heerlijke restaurantjes. Omdat
onze Euro redelijk sterk staat tov de Zuid Afrikaanse Rand eten we
bijna elke dag zowel 's middags als 's avonds een uitgebreide
maaltijd. Alles is hier even lekker...helaas protesteert de broeksriem
al na enkele dagen.
Toch geven we het niet op, we eten sushi, Afrikaans (krokodil,
struisvogel en enkele soorten antilopen) de zoete butternut pompoen,
en eindigen meestal met een decadent dessert, op zijn Brits.
Wat ons al meteen opvalt is dat er overal veel personeel in dienst is.
De lonen liggen hier dan ook heel laag in vergelijking met ons land.
In de supermarkt zitten de zwarten meestal aan de kassa, de blanken
lopen er te winkelen. Apartheid is nog niet voorbij.

Klik hier voor een filmpje van een straatbandje.


 

Een uitstap met Rushdi brengt ons naar "The Castle" waar het Nederlandse legioen een versterkt onderdak bouwde. Het kasteel lag ooit aan de waterlijn, de straat die erlangs loopt heet nog steeds "Strand street", maar ondertussen is er een hele grote strook land gewonnen op de zee, typisch Hollandsch ;)
Op de wallen van het kasteel wapperen verschillende vlaggen, waaronder de apartheidsvlag, de enige die nog toegelaten is hangt hier.
Je krijgt hier in een museum ook een mooi beeld van de oorlogen die hier allemaal hebben gewoed: de eerste kolonisten bevochten de Khoi (oorspronkelijke zwarte stammen), er was de boerenoorlog, de Fransen, Engelsen en Nederlanders hebben allemaal met mekaar strijd geleverd om dit land in handen te krijgen.

Boven: vlak bij het kasteel ligt een groot plein met oa het stadhuis, vroeger enkel voor blanken toegankelijk.

 

 

 

Ook in het kasteel word je geconfronteerd met de clash tussen oud en nieuw. Boven: het zwembad voor de officieren, in een aangenaam koele binnenplaats.

 

 

 

 

Terwijl we het kasteel bezochten vond er een speciale ceremonie plaats voor Founder's Day. Het nationaal volkslied van Nederland werd gespeeld en er werd een kanon afgeschoten en een vlag gehesen. Klik hier voor een filmpje van de plechtigheid.

Bovenop de wallen kan je genieten van een wijds uitzicht. Als je je omdraait, kan je de gevangenisjes bezoeken die ooit dienden om mensen te kraken. Ze zaten er tot 6 maanden zonder daglicht, werden gemarteld...tot ze bekenden, of ze het nu gedaan hadden of niet.

Onder: in één van de uitkijktorens hangt een bel, die vroeger geluid werd bij alarmsituaties. Nu is dat verboden, in drie talen. De vandaal die enkele woorden wegveegde, sprak duidelijk geen lokaal dialekt.


 



Na het kasteel bezoeken we het gloednieuwe voetbalstadion. De wedstrijden van de wereldbeker 2010 zullen zowel hier als in Johannesburg gespeeld worden. Heel Zuid-Afrika maakt zich op voor dit grootse evenement, overal zie je mensen met voetbaltruitjes lopen, en zie je voetballen opduiken in het straatbeeld en op reclameborden.

We hadden gehoopt al eerder Table Mountain op te kunnen, maar door de hevige wind is dat in het begin van ons bezoek niet mogelijk. Na het bezoek aan het stadion zitten we te lunchen in het prachtige park "Company's Garden" (met tamme duiven en eekhoorntjes, en uitzicht op het parlement en paleis, die door een tunnel zijn verbonden voor hoog geplaatste piefen) wanneer Rushdi een telefoontje krijgt: de kabelbaan is opengegaan! We haasten ons naar Table Mountain.


 


 

 

Een groot voordeel van een gids bij te hebben: we mogen aan een apart loket tickets kopen, en moeten niet aanschuiven achter de honderden andere toeristen die het goede nieuws ook vernomen hebben.

We stappen de cilindervormige, grote kabelbaan bak in en krijgen al stijgend uitleg over wat we allemaal kunnen zien dankzij de 360° roterende vloer. Boven rechts: Devil's Peak, één van de meer opvallende bergtoppen in Kaapstad. Rechts: Kaapstad vanuit de hoogte, in de verte ligt Robbeneiland, waar Nelson Mandela lange tijd in de gevangenis zat. Een bezoek aan dit eiland zit er voor ons helaas niet in, de wind blijft daarvoor te sterk, de boten varen niet uit. Hieronder (twee rijtjes verder) zie je wel een uitvergroting van Robbeneiland.

 

Eenmaal op het plateau van Tafelberg aangekomen, schiet er een krop in onze keel. Wat een wilde schoonheid, overal waar we kijken. Het landschap is hier echt overweldigend mooi.
De berg is niet altijd bereikbaar met de kabelbaan. Je kan ook aan de begroeiing zien dat het hier erg winderig en koud kan zijn. De berg is iets meer dan een kilometer hoog.

 

 

 

 

 

 

 

Wat we niet op voorhand geboekt hadden maar ter plaatse beslisten te doen, en wat zeker en vast de moeite waard was, is een helicoptervlucht van een 20-tal minuten. Dit kostte ons voor 6 personen 4000 ZAR, ongeveer 400 Euro. Niet weinig, maar echt wel een hele belevenis! Hier kan je een filmpje zien van de vlucht. We vlogen helemaal rond Table Mountain. Dylan was de copiloot van dienst.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een dag later stappen we 's morgens rond 9 u in het busje om een
rit te maken naar het uiterste zuidelijke puntje van Afrika: The Cape.
(Peninsula Tour, peninsula = schiereiland)
Daar ontmoeten de Indische en Atlantische oceaan mekaar. Die
verschillen erg van mekaar in temperatuur, de ene is geliefd bij
zwemmers, de andere bij surfers. We rijden langs de Atlantische
oceaan naar de Kaap, en langs de Indische oceaan weer terug naar
Kaapstad.

Langs de kustlijn liggen vele mooie baaien, vaak met zandstrand.
Ten tijde van de apartheid mochten de zwarten niet op de zandstranden.
Zij moesten dan maar over stenen en rotsen lopen om bij het water
te komen...

We stoppen ook in Houtbaai, waar oa het hout vandaan komt dat
gebruikt werd in The Castle in Kaapstad.

Onderweg bezoeken we een kleinschalige zoo, waar een uitgebreid
gamma vogels te zien is. Er is een parcours aangelegd waarbij we
van de ene kooi in de andere lopen, en de vogels dus heel goed
kunnen bewonderen en fotograferen.
Hoewel Zuid-Afrika stilaan naar de winter gaat in deze tijd van het
jaar, zijn er toch nog heel veel bloemen in bloei te vinden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Onze eerste Afrikaanse kat! Een Lynx. Boven: een vleermuisvos.

 

 

Verder op de route kunnen we een struisvogelboerderij bezoeken.
Deze dieren worden hier gekweekt voor hun vlees, huid en pluimen.
Het leder is één van de sterkste soorten die er bestaan. Er zitten
gaten in waar de pennen van de veren hebben gezeten.

Het is aangenaam als je, op weg naar je doel, af en toe de benen kan
strekken. Het landschap is hier idyllisch, maar toch worden we constant
aan de hoge criminaliteit herinnerd, ook hier wordt men beschermd
door een private bewakingsfirma. De politiediensten reageren naar
het schijnt niet erg snel op een oproep...

Eén van de eerste dingen die me zijn opgevallen in Zuid-Afrika, zijn
de machtige eucalyptusbomen die er groeien, net als in Australië.
Als je een blaadje van deze boom tussen je handen wrijft komt er een
sterke eucalyptusgeur vrij. Hmmm!

 

 

 

 

 

 

Het prachtige land zoeft aan onze ramen voorbij. Rushdi is een goeie chauffeur en kent zijn weg, weet ook vaak interessante dingen te vertellen over wat we te zien krijgen. De rit is erg ontspannend.

Eenmaal aan de kaap aangekomen kijken we onze ogen weer uit naar een Lord of the Rings-achtige scene: rotsen die uit de zee oprijzen in een mistige atmosfeer.

Het is nog een hele klim naar het puntje van de kaap, maar het loont de moeite.

 

 

Een muisje trekt zich van alle toeristen niets aan en knabbelt rustig
verder aan wat zij hebben achtergelaten.

 

 

 

Het stijlvolle restaurant "The Two Oceans" met uitzicht op de beide oceanen, moet soms helaas zijn terras sluiten voor zijn klanten. Ook toen wij er waren. Reden: agressieve bavianen. We zitten in een nationaal park en deze dieren zijn er dus thuis. Ze komen niet alleen het eten stelen, ze kunnen ook behoorlijk hard bijten en krabben en zijn beresterk. Gevaarlijk dus!

 

Op de terugweg naar Kaapstad komen we langs Boulders Beach,
waar we een wandelingetje langs de rotsige kust maken. De rotsen
zijn helemaal afgesleten door het water. Hier zitten kolonies pinguins,
de eerste keer dat wij ze niet achter glas zien.

Ook hier is het weer adembenemend mooi.

 

 

 

 

 

Onze gids, Rushdi.
Onder: hoe je een gevallen zonnebril uit het water haalt zonder je voeten nat te maken.

 

 

 

 

Rushdi neemt ons ook een dag mee naar een township, Llanga. Daar huurt hij voor ons de diensten in van een jongeman die in Llanga is opgegroeid en woont. Het is veiliger om met een
inwoner rond te lopen, zij spreken de taal (Xhosa, met drie verschillende klikgeluiden) en kennen de mensen. Ze kunnen je ook veel vertellen over hun buurt.
Hoe de mensen hier leven kan je je in de westerse wereld niet voorstellen. De huisjes zouden in België niet eens als tuinhuis kunnen dienen. Velen hebben geen electriciteit of stromend water. Toch hebben ze hoop en werken ze aan hun toekomst, en die van hun kinderen.
Toen Rushdi jong was werden zijn ouders met hun gezin uit hun huis gezet, ze woonden in een district (6) waar alle (meestal joodse) eigenaars hun panden aan de regering verkochten in de jaren '60. Alleen kerken en minaretten bleven staan. Het was de bedoeling de buurt te "opwaarderen" door de boel met de grond gelijk te maken en er nieuwe, mooiere huizen te zetten. Iedereen moest maar naar een huisje in een township verhuizen (verder weg van de stad). Omdat Rushdi's familie niet echt zwart was, maar gekleurd, kwamen ze in een "gekleurde" township terecht. Niet alleen blank en zwart werden in klassen onderverdeeld, ook de graad van donker of licht speelde een rol. Er werden paspoorten verplicht waarop stond in welke klasse je thuishoorde. Seizoensarbeiders werden ook volgens hun kleur onderverdeeld, en als er door een nachtelijk avontuur ergens een baby geboren werd, werd ook die bij de ouder ondergebracht die qua kleur het meest op hem leek. Zo gebeurde het wel eens dat een seizoensarbeider na een aantal maanden weer naar huis moest met zijn kersverse zoon of dochter, en dat thuis mocht gaan uitleggen aan zijn officiële vrouw, terwijl de natuurlijke moeder haar kind nooit meer te zien kreeg.
In 1966 is het hele district leeggemaakt, maar pas een tiental jaren geleden zijn er enkele nieuwe huizen gebouwd, de rest van het domein ligt nog braak. Vele mensen komen nog altijd naar hun oude kerk op zondag. Toen jaren later een geweldloze optocht werd georganiseerd tegen de pasjeswet, werd het volk overhaald om terug te keren naar hun township, waar ettelijke ongewapende zwarten werden neergeschoten.

Rechts: op weg naar Kaapstad passeren we nog de gevangenis waar Nelson Mandela geruime tijd doorbracht, tot hij vlak voor zijn vrijlating werd overgebracht naar een andere gevangenis.

 

 

 

Op het moment van ons bezoek werd er een belangrijke voetbalmatch
gespeeld, vandaar de optocht. Boven links: een soort rechtzaal in
Llanga.
Men probeert in dit township eerst zelf geschillen of overtredingen op
te lossen en te straffen, daarna pas komt de politie eraan te pas.
Boven rechts: vodacom, één van de grote sponsors van het WK
maakt reclame vlak naast de lokale kapper.

Onder: het is ook een feestdag, paasmaandag. We hebben zo het
gevoeldat het niet veel met paaslammetjes te maken heeft, en toch:
de plaatselijke lekkernij wordt hier in open lucht klaargemaakt.
Schapenkoppen worden gekookt en van de vacht ontdaan. Dan wordt
er met een staaf die in het vuur wordt heetgestookt over het vlees
gewreven tot het eruit ziet als hout.
Niet geproefd...

 

 

 

 

 

 

 

Omdat er geen electriciteit is, wordt die vaak gewoon afgetapt van de straatverlichting (als de palen niet gesloopt worden om als oud ijzer te verkopen) Op de foto boven rechts zie je helemaal links in beeld het sanitair: een rij chemische toiletten. Al eens ooit op een festivalwei geweest? Zou jij elke dag, elke keer wanneer het nodig is, op zo'n toilet willen gaan zitten, ook bij 40°C?

De mooie huizen die je op de foto rechts ziet staan, zijn gebouwd door de regering met de bedoeling het leven van de mensen hier te verbeteren. Oorspronkelijk was er beloofd dat deze huizen kosteloos zouden zijn, maar toen ze er eenmaal stonden moest er toch geld op tafel gegooid worden. Geld dat er niet is. Resultaat: de huizen staan leeg en kosten nog veel geld aan permanente bewaking om ervoor te zorgen dat ze niet gekraakt of gevandaliseerd worden. De logica van Zuid-Africa...

Onder: en zo spelen de kindjes in een township: met een karretje zonder wielen, een slee zonder sneeuw.

 

 

 

Omdat het feest is, worden er kippen klaargemaakt. Boven zie je
geslachte kippen op de voorgrond, achterin de hokken zitten kippen
te wachten op hun minder feestelijke lot.

Links: dit is de slaapkamer in een township. Stevige, bakstenen muren.
Een hele luxe. Soms wonen ze met drie gezinnen in een huisje met een
woonkamertje en twee slaapkamers. In de woonkamer worden dan 's
avonds matrassen op de grond gelegd.

Onder links: aardappelen worden verkocht per zakjes van enkele stuks.
Onder rechts: de gezamenlijke wasplaats. Soms is er maar één kraan
per honderden inwoners.

 

 

 

Links: een monument opgericht voor Amy Biehl, een Amerikaanse
studente die hier woonde en werkte. Ze werd vermoord door een
groepje zwarte jongeren. Haar ouders richtten een fonds op in haar
naam. Ze wilden ook dat de moordenaars van hun dochter op het
rechte pad zouden gezet worden. Er werd mee gepraat, ze werden
heropgevoed. Deze jongens hebben ingezien dat geweld niets oplost.
Zij werken nog steeds mee aan het programma dat gesponsord wordt
door het fonds, in de hoop de jongeren van nu te kunnen helpen een
mooi leven op te bouwen.

Onder: we bezochten ook een weeshuis, Baphumelele. Dat ligt in een
township en is opgericht door een moeder, Rosie, die kinderen opving
die werden misbruikt, die hun ouders verloren aan aids...
Ondertussen wonen hier om en bij de 150 kinderen. Dankzij de hulp
van enkele buitenlanders zijn ze erin geslaagd huisjes te bouwen en
mensen aan te trekken die het project steunen. Ze proberen ook de
hele gemeenschap in te lichten over onderwijs, hygiëne, ziekten,
relaties enz.

Onder links: de babykamer. Onder rechts: de vondelingenschuif.
Binnen gaat een alarm af als de schuif gebruikt wordt.

Als je op deze website een foto ziet die je mooi genoeg vindt om aan
je muur te hangen, laat het dan even weten. Ik kan deze foto's op
posterformaat laten afdrukken en opsturen. Bij elke poster zou ik
graag 1 Euro extra aanrekenen en die in een spaarpotje steken voor
het weeshuis. Contacteer me even ivm de kosten.

 

Iedereen, ook de kinderen, helpen mee alles netjes te houden. Toch
zien we hier dingen die in België niet zouden gebeuren; de kinderen
lopen bvb op blote voeten door het zand, waar stukken glas en roestig
ijzer liggen. De kinderen werden hier vroeger in kamers gelogeerd
en ze hadden een gemeenschappelijke leefruimte. Nu probeert men
kleine huisjes te bezetten met een aantal kinderen en een
surrogaatmoeder, elk huisje heeft zijn eigen keukentje.
Zo krijgen de kinderen meer een gevoel van "thuis" te zijn.

Onder links: Bart heeft meteen een nieuwe vriend, die een zelfgemaakt
mutsje op zijn hoofd heeft en rondloopt met een reeds lang afgeknabbeld
lollystokje in zijn mond. Als we weer vertrekken steekt hij zijn hand
door de tralies van het hek en maakt een wenkbeweging met zijn
handje: kom terug!

 

 

Ook volwassenen krijgen hier nieuwe kansen: er is een atelier waar aan houtbewerking gedaan wordt. Van oude deuren worden er prachtige schilderijlijsten gemaakt.

Rechts: Zuid-Afrika is een wereld van extremen, we bezoeken ook de wijnvelden.
We zullen er vier bezoeken, en er ook lunchen en ons avondmaal nuttigen. Ongelofelijk lekker eten, ook hier weer.
Onderweg naar de wijnvelden wandelen we ook door Stellenbosch, een heel gezellig stadje met een universtiteit (30.000 studenten, 80% hiervan is blank)

 

 

 

 

 

 

Er wordt uiteraard gespeekt, anders ben je na één wijnhuis al niet
meer in staat om nog iets te proeven.
Het landschap doet ons sterk denken aan Zuid-Frankrijk, de Provence.
En dat komt echt niet alleen door de link met de wijngaarden ;)





Bij het laatste wijnhuis, Seidelberg, krijgen we een rondleiding met
uitleg terwijl onze gids even uitrust zodat hij straks weer fris achter
het stuur kan zitten. Hier blijven we tot zonsondergang, we eten er
een heerlijke maaltijd in ontspannen sfeer en zullen voor altijd mooie
herinneringen hebben aan deze perfecte dag.









Het doet me ook deugd op die dag te merken dat onze gids zich minder zorgen maakt dan in Kaapstad zelf. Ik weet dat hij, wanneer we op wandel zijn, constant zijn kuikens telt. Ik merk het omdat ik het zelf ook doe en zijn blik herken wanneer één van ons iets te lang achterblijft.

Na deze fantastische tijd in Kaapstad nemen we een binnenlandse vlucht met Kulula Air, voor twee uren vliegen betalen we ongeveer 75 Euro per persoon.

Voor het landen zien we onder ons cirkels op het land. Dit zijn velden met gewassen. Ze zijn cirkelvormig omdat het sproeisysteem zo alles gemakkelijk kan bewateren.
Er zit ook een diepe put in de grond, dit is ooit rijke grond geweest, rijk aan dure steentjes. Dit is mijngebied.




Na het landen worden we opgehaald door een transferbedrijfje
(man en vrouw) die ons naar het volgende verblijf zullen brengen:
Kololo game reserve, een driehonderd kilometer ten noorden van
Johannesburg, bij het kleine stadje Vaalwater.
We zitten onderweg in de file en het regent, Johannesburg voelt wel
erg Belgisch aan. Overal zijn er wegenwerken, het moet afgeraken
voor de aftrap van het WK, maar we vrezen er voor. Het is nog een
puinhoop. De laatste 30 kilometers rijden we langs een roestkleurige
zandweg vol putten. Onze chauffeur is erg ervaren, het is nog een
redelijk comfortabele rit.
De afgelopen weken heeft het hier erg veel geregend, hier en daar
liggen er nog plassen. Het stof waait nu niet zo op, maar dan krijg je
weer modder en wegverzakkingen.








Ons verblijf is erg luxueus, er is een terras met zwembadje, een bouma (links boven) wat eigenlijk zoveel betekent als een cirkelvormige plaats waar je een vuurtje kan stoken en braaien (barbeque'en) Rechts zie je het zicht vanop ons terras. Links onder de woonkamer en rechts onder de badkamer. Er zijn twee slaapkamers, en een grote keuken. Ook een wasplaats met wasmachine en droogkast. Wat daar ook bijhoort, merkten we de volgende ochtend wanneer een hele poetsploeg onze villa binnenvalt. Ze komen de afwas doen en poetsen, steken ook de was in de droogkast terwijl wij gaan ontbijten. Daar zou ik wel aan kunnen wennen...

 





Dichtbij onze lodge loopt er een antilope-achtig dier rond. We dachten dat hij ziek was, hij liep altijd maar te niezen. Wanneer we later op game drive gaan, vertelt de ranger ons dat ze een symbiotische relatie hebben met een wormensoort die van bij de geboorte in hun neus groeit en helpt bij het verwerken van vuil en snottebellen. Ondanks het feit dat het blijkbaar een win-win situatie is, proberen de bokken de wormen kwijt te geraken, en af en toe lukt het ook er eentje uit te niezen. Maar er zitten er altijd nog genoeg andere. Lang leve de uitvinder van de zakdoek!

Op het domein van Kololo zelf zitten heel veel dieren, maar geen leeuwen of olifanten. We kunnen er vrij rondwandelen en ook mountainbiken. Toch zijn we erg voorzichtig, we gaan niet van het pad af en dragen ook lange broeken tegen de teken. Slangen zitten hier wel, we kijken ook 's avonds altijd tussen het beddegoed en onder ons bed. De eerste avond lopen we in het donker naar het restaurant, later ontdekken we dat er normaal gezien een ranger ons moet komen ophalen en weer veilig terugbrengen a het eten. De tweede avond rijdt die bijna over een slang die over het paadje glijdt waar wij de avond tevoren in het donker liepen.




Eén van de rangers beantwoordt op een avond een vraag over de sterrenbeelden die je hier ziet. De volgende avond heeft hij een speciale laserlamp bij waarmee hij de sterren kan aanwijzen. We leren het zuiderkruis kennen en onthouden hoe we het zuiden moeten bepalen bij nacht. De zon draait hier andersom dan bij ons thuis, wat een heel raar gevoel is. Het lijkt wel of we op een andere planeet lopen, soms. Zo haasten we ons op een middag naar het zwembad, omdat ik verwacht dat de zon een half uurtje later achter het restaurant zal verdwijnen. Niet dus, ze gaat gewoon de andere kant op, heel de middag zonneschijn!

Boven rechts: een termietenheuvel.

Onder: duidelijk gevolg van de regenval van de afgelopen week. We horen ook van onze ranger dat bij veel regen de slangen uit de grond komen. Beetje zoals bij ons de regenwormen, zeker?





Rechts boven: elke dag rijdt er een ranger rond om vers drinkwater
te voorzien voor de dieren. Ook wat eten wordt hier, zeker in de
winter, bijgevoerd.

Links: De Mestkever!

Links onder: vogelnestjes.

Rechts onder: we rijden naar het naburige domein, waar wel degelijk
gevaarlijke dieren wonen. We hebben een super ranger getroffen,
een meisje dat eruit ziet alsof je haar kan omver blazen, maar ze is
ongelofelijk sterk en ze weet gewoonweg alles over flora en fauna.
Ze is opgegroeid op een boerderij.
Ze rijdt ons in een grote jeep door het domein en luister ondertussen
naar de radio, waar ze af en toe kan horen waar andere rangers een
interessant dier gespot hebben. Ze kijkt ook naar sporen op de grond
en tuurt de horizon af. Van honderden meters ver herkent ze de ene
soort bok van de andere.
Respect, Lolo!







Links boven: springbokken. Hun oortjes zijn bovenaan zwart, zodat
de jongen de moeders makkelijk kunnen volgen wanneer ze voor een
roofdier moeten vluchten. Die zwarte vlekken zie je goed boven het
hoge gras uitsteken.
Links: neushoorn met baby.

In Welgevonden zijn er enkel witte neushoorns. De anderen zijn te
geliefd voor hun hoorns en worden telkens door de stropers
afgeslacht. Links onder: een Kudu mannetje. Aan het aantal draaien
dat zijn geweitakken maakt kan je zien hoe oud zo'n mannetje is.
Vanaf een jaar of drie begint zijn gewei te krullen.
Rechts onder: Kudu wijfjes.




Boven: Marlboro...euh Coca Cola country. We stoppen onderweg even en krijgen een snack en
drankje van Lolo. Zij blijft ondertussen alert.

Wanneer we bijna drie uren onderweg zijn begint de zon onder te gaan en wordt het frisjes. In de jeep zijn lekker warme en zachte dekentjes voorzien. Een beetje later zitten we alle zes als eskimo's van het uitzicht te genieten.

Onder: tijdens een wandeling de volgende ochtend, op het eigen domein, zijn er bavianen te bespeuren. Die heten in het Engels baboon, maar ze worden hier ook wel Bobbejaan genoemd.
We vertellen maar niet dat er in België een pretpark bestaat dat baviaanland heet...
Zie jehem zitten, hieronder? Waar is Wally? Rechts onder: even inzoomen.








De volgende dag gaan we weer op safari, we hebben veel geluk. Al bij het binnenrijden in het domein zien we een giraf. Nooit gedacht dat dit dier zo elegant kon zijn! Hij gaat van stap naar galop in 0 seconden, en galoppeert als in slow-motion. Magnifiek!
Een giraffenkalf valt wanneer het geboren wordt, meer dan een meter naar beneden. Door de schok begint zijn hart weer te pompen. Giraffen zijn fragiele dieren, erg stressgevoelig. Hun hart is (letterlijk) erg groot en weegt enorm veel. Het verschil tussen de geslachten merk je aan de uitsteeksels op hun hoofd. Die zijn bij mannetjes vaak kaal, bij vrouwtjes staat er een toefje haar op.


 




Onze ranger vertelt dat er ongeveer 16 leeuwen zitten in dit immens grote domein. We moeten al veel geluk hebben om er eentje tegen te komen. Olifanten idem ditto. We volgen sporen van een olifant, enorme cirkels in het zand, wanneer we plots voor ons onze eerste echte wilde kat zien: een leeuwin wandelt rustig het pad af. We volgen haar op veilige afstand, en daar zorgt ze zelf wel mee voor: telkens we voor haar gevoel te dichtbij komen, stopt ze en draait ze zich om. Na twintig adembenemende minuten verdwijnt ze in het struikgewas.
Lolo vertelt dat er welpjes waren, maar mannetjes uit een ander gebied zijn de strijd aangegaan met de vader(s) van de welpjes, en hebben die gewonnen. De jongen zijn afgemaakt, een leeuw dult geen afstammelingen van een ander in zijn eigen roedel.




Links: een pofadder steekt de weg over. Lolo is ooit gebeten door
een pofadder. Een ervaring die ze niemand zou aanraden, zo klinkt
het. Het gif vreet je weefsel aan. Op mijn vraag of de lodges geen
antigif in huis hebben antwoordt ze: "Vroeger wel, maar dan was er
vaak het probleem dat toeristen niet goed wisten door welk soort
slang ze gebeten waren. Dan werd er wel eens het verkeerde tegengif
gegeven, wat de zaak nog erger maakte. Er bestaat nu wel een
mengvorm, maar die is erg duur.
Rond de 3 à 4000 Rand, dus tussen de 300 en 400 Euro. En het
product blijft maar 3 maanden goed." Dat is een domme of
ongelukkige toerist niet waard, blijkbaar.



Een tijdje nadat we de leeuwin hebben gevolgd, spotten we in de
verte een olifant. Het is een jong mannetje, die leven meestal apart
van de kudde. Lolo legt uit wat de signalen zijn waarop je moet letten
bij een olifant: hij is erg relaxed als hij lekker verder gaat met eten.
Als hij zich een beetje ongerust maakt over je aanwezigheid gaat hij
stoppen met eten en wat met zijn eten spelen, gras uittrekken en zo.
Gaat hij met zijn oren staan flapperen, houd je dan maar klaar om
te vertrekken. Een olifant maakt zichzelf zo nog groter en
angstwekkender, door zijn oren op te zetten. Ten slotte kan hij ook
nog beginnen toeteren, maar voor het zover is, heeft een verstandige
ranger zijn passagiers allang in veiligheid gebracht.
Het laatste sein dat een olifant niet echt happy is met zijn bezoekers,
is wanneer hij je op volle snelheid aanvalt. "Onze" olifant blijft
gelukkig erg rustig. Op een mum van tijd gaat er een klein
boompje aan.
Ondanks de positieve signalen maant onze ranger ons aan om niet te
luid te praten en geen plotse bewegingen te maken. Spannend.
We zijn onder de indruk.

Wist u dat een olifant net als de mens een voorkeur kan hebben voor
links of rechts "handig"? Dat zie je aan zijn slagtanden. Eén van beide
is altijd meer afgesleten dan de andere.



Links: het typische Afrika, met de silhouetten van de bomen op een
bergkam.

Na vier dagen nemen we afscheid van Kololo en worden we weer
opgepikt door het vriendelijke koppel met het transferbusje. Zij zullen
ons naar Benoni brengen, een buitenwijk van Johannesburg waar Liz
woont. Hier is het allemaal begonnen: Liz heeft net als wij Sphynx
katten. Ik leerde haar kennen op een forum en het klikte meteen.
Ze nodigde ons een jaar geleden uit en toen zijn we beginnen plannen...
Na oneindig veel mails en enkele telefoontjes zien we mekaar eindelijk
in levende lijve. Het lijkt alsof we mekaar al heel ons leven kennen.
Liz en Leon wonen met hun dochters en schoonzonen op een groot stuk
land, toch volgens Europese maatstaven: 5000 m2groot. Ze hebben
samen vijf kleine honden en een aantal Deense Doggen, die ons
allemaal meteen komen begroeten. We mogen achterin de tuin logeren,
daar staat een apart huisje wat normaal bewoond wordt door de
toekomstige schoonzoon Gawie. Gawie, bedankt voor het delen van
je bed!
Ook Linah, Delvina, Johnny en baby Sacariah wonen hier, zij zijn de
zwarte bedienden die helpen in het huishouden en het onderhoud van
de tuin. Liz haar hele maandloon gaat naar de lonen van deze mensen,
die uit Mozambique komen en er hun families mee onderhouden.


Het guesthouse waar wij logeren. De rommel is van ons ;) Boven
links de ochtendmist. Boven rechts: Choco'tje die goeiemorgen komt
wensen.
Onder links: watertanks zorgen voor stromend water.

De tuin is prachtig aangelegd, en het huis is heel groot. Toch merken we ook hier weer de omheining met prikkeldraad. Naar ons gevoel wonen de blanken hier in een gouden kooi. Apartheid, maar dan omgedraaid: alleen de zwarten zijn vrij om over straat te lopen of fietsen. Voor een blanke is dit echt niet veilig.

Onder links: de twee papa's, Bart en Leon. Onder rechts: de zusjes Dalet en Maryn en Laurakie.





Liz nodigt op een avond enkele andere Zuid-Afrikaanse Sphynxfokkers
uit.
Van links naar rechts: Willie, Taché, Liz, Charon en ikzelf. Er waren
ook Sphynx eigenaars (Jeanette en haar man) en internationaal
keurmeester Ingrid. Allemaal, stuk voor stuk, hele lieve en intelligente
mensen. De avond vloog veel te snel voorbij.

Een paar dagen later bezoeken we Cullinan, het stadje waar Willie
woont. Hier werd ooit de grootste diamant ter wereld uit de grond
gevist. Die werd versneden tot de edelstenen die de kroonjuwelen
van de Britse koningin sieren.

Onder links: bij de ingang van het museum is een klein rotstuintje
ingericht, met waterpartij. Op de rand van het minivijvertje stond ooit
een stenen hoofd van een zwarte man, die is achterover in het water
getuimeld. Een bevreemdend plaatje...

Onder rechts: Zuid-Afrika houdt van mozaïek, ze maken er de
prachtigste dingen mee. Ook bij Willie's huis in Cullinan vinden we dit
terug, bij de inkom in de vloer verwerkt, in de vorm van katten,
natuurlijk ;)





Willie is kunstenaar, cabaretier, zanger en een hele goeie kok. Hij
heeft zelf katjes, en ook een kleinschalig pensionnetje voor katten
wiens baasje op reis is. De gasten hebben elk hun eigen kamer met
buitenren, en een eigen bedje met kaptafel, spiegel incluis. Knap!

Na Cullinan rijden we richting Pretoria. Onderweg stoppen we even
bij een restaurant/winkel. We kopen er zelfgemaakt gemberbier, erg
verfrissend en ondanks de naam niet alcoholisch. Wel pittig.






Later rijden we langs de Hartbeespoortdam (hartebeesten zijn een
soort antilopen, met een gewei dat -met wat fantasie- in de vorm
van een hart groeit.)
Hier is een grote dam gebouwd, met een poort en een brug
om het water over te steken.



Overal waar je kijkt, de arme zwarten zijn erg vindingrijk, ze proberen
overal hun zaakjes op te zetten. Aan elk kruispunt staan mensen de
gekste dingen te verkopen. Sommigen zijn geschminkt en doen een
dansje voor geld. Als je ze niet negeert blijven ze aandringen.
Onder rechts: Pretoria na de staking van de huisvuilophaaldienst.
Dit zullen ze ook nog even moeten opruimen voor het voetbal begint.



East Rand Shopping mall, één van de vele moderne winkelcentra in
en rond Johannesburg.
Links onder: Liz met Sacariah. Verder: waar het allemaal mee
begonnen is...de mooie katjes van Liz.






Hier heb je altijd gezelschap wanneer je televisie wil kijken.

We bezoeken ook Sun City, een heel groot amusementspark.
Er is een casino, hotel, een golfbaan en een kunstmatig strand -
mét golven.
Links onder: the ballroom. Hier kan je een feestje geven.

Hier kan je een filmpje zien waarop Laura en Troy in grote plastiek
ballen op water drijven.








Van Benoni tot Sun City is het ongeveer 200 kilometer rijden, Leon moet toch in die richting
voor zijn werk, dus staan we om half zes op. Hij brengt ons naar Sun City, rijdt nog even 70
kilometer terug naar zijn werk, en komt ons in de loop van de middag terug oppikken. Hij rijdt dus meer dan 600 kilometer op één dag, afstanden betekenen hier niet zoveel als in België.

Rechts: geroosterde maïs langs de kant van de weg. Onder: een bananenwinkel...?




Links: de meeste zwarten gebruiken de autostrade als wandel- of
fietsroute. Ze hebben geen wagen, en hier kunnen ze tenminste
doorstappen of -trappen. Geen idee of het wettelijk is toegestaan. De
politieagenten die langs de autosnelweg patrouilleren zijn volgens
onze welingelichte bron allemaal even corrupt en lui. Ik zie er
verschillende langs de kant van de weg staan. Eigenaardig genoeg
hebben ze allemaal hetzelfde figuur, ze lijken op Humpty Dumpty.
Toch maar geen foto van genomen.

 

Onder: we bezoeken ook een pretpark, Gold Reef City. Dalet neemt
Polly mee naar huis. En ook hier, het reuzenrad in het teken van het
WK voetbal.




Bij Liz thuis wordt er vaak gebraaid. De braai zit in een schouw gemetst en bevindt zich in de veranda. Dat zou ook in België wel handig zijn, je staat nooit in de regen of in de kou.

Onder: een nationaal gerecht is de pojkie. Dit wordt in een grote zware pot klaargemaakt op een vuur (of op de braai). Alle ingrediënten gaan er in lagen in; eerst wordt het vlees aangebraden, dan komen de groenten die een lange gaartijd nodig hebben, vier uur later (en een paar pinten bier) zijn ook de bovenste groenten klaar en kunnen we aan tafel. Om duimen en vingers af te likken!



Door de aswolk in Ijsland kunnen we niet op zaterdag 17 april terug
naar huis vliegen, we krijgen 9 dagen extra vakantie van KLM.
Gelukkig logeren we bij Liz en Leon en hoeven we geen extra
hotelkosten te maken. Toch is er ongerustheid, de kinderen weten
dat ze veel schoolwerk zullen moeten inhalen, onze catsitters thuis
hebben zelf vakantie gepland binnen een week, en de eerste week
weten we niet eens wanneer we dan wel zeker terugkunnen.
Een avontuur waar we niet op hadden gerekend ;) maar we zijn
wel blij dat we langer bij onze vrienden kunnen zijn.

We hopen Liz en Leon binnen enkele jaren in Europa te mogen
verwelkomen, en ooit zelf nog een keer naar Zuid-Afrika te kunnen
afreizen. Het was een enorm boeiende trip.